background
Videostill van David Haines, CLUB (2025), waarop een foto van The Anvil te zien is. Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.
Kunstwerk Uitgelicht

Blog

CLUB (2025) van David Haines, video, 13:37 min.

Maura Guépin – Conservator in Opleiding Modern en Hedendaagse Kunst

In het voorjaar van 2026 verwierf het Frans Hals Museum het videowerk CLUB van David Haines. In dit werk vertelt de kunstenaar een geschiedenis van queer nachtclubs en de impact van de aidsepidemie. Een onderwerp dat nog nauwelijks vertegenwoordigd was in de collectie van het Frans Hals Museum. Ter gelegenheid van Pride zet het museum deze aanwinst in de schijnwerpers en belicht de geschiedenis die eraan ten grondslag ligt.

Haines’ (Nottingham, 1969) werk beweegt zich op het snijvlak van traditionele en hedendaagse beeldtechnieken. Naast videowerk maakt hij schilderijen, tekeningen, muziek en keramiek. In zijn praktijk onderzoekt Haines wat het betekent om kunstenaar te zijn in een digitaal doordrenkte samenleving. Vertrekkend vanuit afbeeldingen die hij online vindt, gebruikt Haines de materialiteit en beeldtaal van digitale media om alternatieve verhalen te verbeelden. Daarbij put Haines uit zowel de hedendaagse cultuur als kunsthistorische referenties.

CLUB toont de kwetsbaarheid van queer nachtclubs, waar veiligheid, angst, rouw en voortdurende dreiging met elkaar verweven raken. De club verschijnt niet als een concrete locatie, maar als een symbolische en affectieve ruimte: een plek van collectief geheugen, verlangen en projectie. In de eerste minuten construeert Haines de architectuur van de club als buitenaards: een koepel met in het midden een DJ, die haast als een spiritueel leider regeert over een plek buiten de conventionele tijd en sociale orde.


Videostill van David Haines, CLUB (2025), Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

Het werk fungeert als metafoor voor een queer toevluchtsoord: een plek waar identiteit wordt opgevoerd en heruitgevonden. Hier komen lichamen samen, niet alleen om te ontsnappen aan de dagelijkse heteronormatieve realiteit, maar ook om nieuwe mogelijkheden van zijn te bevestigen. Met ritmische elektronische muziek en afwisselende beelden van dansende mensen, bootst Haines de euforie na van het vinden van je community. Tegelijkertijd laat Haines zien dat deze utopische belofte nooit vanzelfsprekend is. De aidsepidemie en het terugkerend geweld tegen queer gemeenschappen maken duidelijk dat deze plekken nooit volledige veiligheid konden bieden. Met het oplopende tempo van de muziek neemt de video een haast hypnotiserende, affectieve vaart aan, waarbij de euforie steeds vervreemdender en gefragmenteerder wordt - tot het punt dat je niet meer weet of het de DJ of de geweldpleger is die "show me your hands" zegt.


Videostill van David Haines, CLUB (2025), Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

Voor CLUB baseerde Haines zich onder meer op onderzoek van het LGBT Historic Sites-archief in New York. Historische documentatie wordt afgewisseld met persoonlijke reflecties. Zoals de kunstenaar zelf zegt: “Growing up in the 1980s, these spaces represented a vision of freedom for me—an imagined future shaped by sound, movement, and the aesthetics of excess.” Het werk combineert uiteenlopende beeldbronnen - van talkshows en politiebodycambeelden tot archieffilm uit de jaren zeventig - in een niet-lineaire montage, waarin zwart-wit en kleur, voice-over en tekst elkaar afwisselen.


Videostill van David Haines, CLUB (2025), waarop midden onder in een foto van Mineshaft te zien is. Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

Videostill van David Haines, CLUB (2025), waarop midden onder in een foto van Mineshaft te zien is. Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

In de eerste minuten van de video zien we historische beelden van verschillende inmiddels verdwenen queer nachtclubs, waaronder Mineshaft op 835 Washington Street in New York City. Dit pand in het Meatpacking District herbergde al sinds 1968 gaybars, waaronder Zodiac, die in 1971 was getroffen door een politie-inval als onderdeel van een actie tegen de maffia-gelieerde bars in de buurt. In 1976 nam de legendarische Mineshaft het gebouw over en groeide uit tot een van 's werelds beroemdste seksclubs, tot de club in 1985 als eerste in New York City moest sluiten vanwege de destijds omstreden aids-preventiemaatregelen. 

Schrijver Brad Gooch beschreef de surrealistische ervaring van het verlaten van Mineshaft na een lange nacht uitgaan: "Walking out of Mineshaft at 8 a.m. was eerie," vertelde hij in 1996. "Everybody was pale, and there were carcasses hanging all over the meat district on hooks. The line between fantasy and reality blurred for me."


Rich Maiman, 7 november 1985, politiemannen voor de entrée van Mineshaft. © Copyright 1985 AP. All rights reserved.

Rich Maiman, 7 november 1985, politiemannen voor de entrée van Mineshaft. © Copyright 1985 AP. All rights reserved.

Ook de nachtclub The Anvil verschijnt in het werk. Deze populaire after-hours bar en disco stond bekend om haar streng deurbeleid, performances en prominente plaats binnen de Newyorkse gayscene van de jaren zeventig en tachtig. The Anvil was een van de beste uitgaansplekken voor homomannen in die tijd. De club evenaarde, al dan niet oversteeg, als enige Mineshaft. Net als Mineshaft kende ook The Anvil een schaduwkant. De club werd meerdere keren door de politie binnengevallen en sloot uiteindelijk in ook 1985 vrijwillig haar deuren.


Videostill van David Haines, CLUB (2025), waarop een foto van The Anvil te zien is. Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

Videostill van David Haines, CLUB (2025), waarop een foto van The Anvil te zien is. Courtesy of the artist and Upstream Gallery Amsterdam.

Een derde locatie in het werk is Ramrod, een van New Yorks populairste jeans- en leerbars aan de kade van de Hudson. De club werd in 1980 het toneel van een van de ernstigste homofobe geweldsincidenten in Greenwich Village, waarbij twee mensen om het leven kwamen en zes mensen gewond raakten. Een van de fatale slachtoffers was de 24-jarige Nederlandse immigrant Jorg Weng, die als portier bij Ramrod werkte.